leestijd: 7 minuten
leestip: lees overal waar 'Nederlands' staat, de naam van je eigen gemeente
samenvatting: in linker kolom
voor beleidsadviseurs en beheerders: Urban Forest Management Plans
schaf je eigen GNS bordje aan, jouw stuk(je) groen als onderdeel van GNS

Ik doop U: Het Groot Nederlands Stadsbos
Het Groot Nederlands Stadsbos is mijn performance om alle losse bomen, tuinen, lanen, bospercelen en parken – inclusief ondergroei, zowel openbaar als particulier – in de stedelijke omgeving in Nederland tot een geheel te smeden. Voor de juiste beeldvorming: gemeentelijk groen beslaat maar 20% van als het stedelijk groen. Het Stadsbos betreft ook de overige 80%. In de totale bebouwde omgeving staan al heel veel bomen maar er is iets geks mee: we zien ze doorgaans als losse elementen. Ik zie juis alle losse groenelementen als een geheel en dat geef ik een naam: Het Groot Nederlands Stadsbos. Wat een naam heeft, daar ga je anders mee om.

Doopceremonie – omdenkoperatie
Het is een doopceremonie die ik overal in den lande, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, voor grote massa’s of kleine groepen, houd. Het is een grote omdenkoperatie. En ik bedoel al het groen, van grote stukken bosplantsoen tot de tuinkers op de vensterbank. Een bos is niet alleen bomen, maar ook open plekken. Iedereen die groen beheert is stadsboswachter van Het Groot Nederlands Stadsbos. We leven dus niet in een stad met bomen maar in een bos met huizen!

Het nog grotere plaatje
Een boom in de stad is onderdeel van een bos met huizen, is mijn betoog. Een nog groter plaatje bestaat (natuurlijk) ook. Ik citeer daarvoor  Carolyn Steel in haar boek Sitopia (naar analogie met utopia – uit het Grieks: A Food Place). Mijn betoog voor het Groot Nederlands Stadsbos valt samen met Steel’s betoog de stad te verwilderen: te beginnen met de parken, tuinen, vijvers en rivieroevers. En dan schrijft ze: “Beyond making such spaces wilder and more productive, what else might we change? The key shift would arguably take place in our heads, so that we once again recognise that our urban lives depend on wild ecosystems, without which we would rapidly cease to exist. Calling ourselve creatures of the wild is one way of shedding our habitual – and deadly – anthropocentrism.” (Sitopia, pg. 279)

Toegangspoort
Zo’n doop kan bijvoorbeeld gebeuren bij de onthulling van een symbolische toegangspoort tot Het Bos.  Een Bos met een Naam en een Poort is ook een eerbetoon aan, een monument voor alle burgers die zich al inzetten voor het stedelijk groen, van zwerfafvalraper tot groenbeheerder. Ieder voelt zich deel van een groot geheel. De poort is een groots monument waar ieder die er doorheen gaat transformeert tot iets anders: iemand die zich bewust wordt van het wonder van het leven, een zaad dat kiemt, de geboorte van een wezen. De poort is ook een monument voor de eeuwigheid, want Het Groot Nederlands Stadsbos geeft bomen groeiplaatsen voor zeven menselijke generaties, of eigenlijk zeven keer zeven generaties. Bomen (het plantenrijk in het algemeen) hebben een eeuwige leven: iedere cel kan uitgroeien tot het oorspronkelijke geheel. Een eik wiens groeiplaats voldoende groot is en met rust gelaten wordt, kan duizend jaar worden.

We willen juist oude bomen.
Er zijn 100 miljoen bomen in heel Nederland, waarvan grofweg 50 miljoen stadsbomen, maar we zien ze in de stad doorgaans als losse elementen. We behandelen ze als decorstukken: we geven ze net genoeg ruimte in de bodem om met hun bovengrondse groen de stad te decoreren, en zodra ze gaan kwijnen beginnen we opnieuw. De gevolgen daarvan zijn groot: de gemiddelde leeftijd van bomen in de stad is 20, 30 jaar, niet meer. Na hun peutertijd is hun groeiplaats leeg. Terwijl bomen pas echte biodiversiteitskanonnen en ecosysteemdienstleveranciers worden als ze in de volwassen fase komen. We willen juist oude bomen. 

Grote oogst
Omdat er zoveel bomen zijn produceert de stad desondanks veel rondhout: de helft van het rondhout dat Nederland produceert komt uit de stad. (Onderzoek Probos – grofweg komt een kwart van agroforestry en een kwart uit bos.) Om over de oogst te kunnen beschikken is het goed als bij gunningen zeggenschap over het hout behouden blijft: nu laten we de oogst vaak nog vervallen aan de aannemer (voor een korting). We verliezen daarmee wel de zeggenschap over het hout. We oogsten niet alleen hout uit het bos, we eten er ook uit: vers geplukt, goed voor ons microbioom, goed voor onze vitaliteit en weerbaarheid. We leren het bos kennen en een paar blaadjes per dag maken al een verschil.

Bosbrede, langjarige doelen
Aan een Bos kun je bosbrede doelen koppelen. We maken een stadsbosbeheerplan die zeven menselijke generaties beslaat, en leren daarbij van landgoederen die dat al een half millennium doen. Die doelen zijn wat mij betreft: we zorgen dat het Bos groeit en dat het biodiverser wordt. Maar ook: we maken van iedere burger een stadsboswachter en we zorgen ervoor dat de oogst uit het Bos zo hoogwaardig mogelijk en in een lokale economie verwerkt wordt. We leiden Nederlanders op tot houtbewerkers en we organiseren afzet van de producten onder consumenten. We stimuleren innovatieve producten en toepassingen van lokaal hout in decoratie, interieur en bouw. We maken consumenten bekend met de mogelijkheden van lokaal hout in eigen huis en interieur.  Zo worden talloze transportkilometers én bomenkap élders vermeden en creëren we gezonde banen. De bosbrede doelen moeten we uiteindelijk met ons allen afspreken. Het Groot Nederlands Stadsbos is mijn pleidooi. Het bestaat uit 352 gemeentelijke stadsbossen: Het Groot (Almeers/Gronings/Heerlens) Stadsbos. Zo is er naast bosbrede doelen ruimte voor een lokaal passende aanpak en kan Het Groot Nederlands Stadsbos van onderop groeien.

Oogstfeesten
Als er oogst binnen 500 meter van een school/opleidingscentrum plaatsvindt melden we dat vooraf en bieden we een oogstfeest, het hout en de verwerking ervan als educatief project aan de school aan. Zo’n gebeurtenis biedt talloze mogelijkheden voor het opdoen van ervaring en kennis over jaarringen, geschiedenis, krachtenleer, ecologie, handvaardigheid, timmerles, het maken van een boomdossier, omgaan met afscheid en toepassing van de oogst. Het hout kan praktische toepassingen krijgen als decoratie en inrichting van het schoolgebouw en de huizen en kantoren van ouders.

Vogelhuisjes: spaar de houtzaag van de toekomst
Vogelhuisjes horen aan huizen en gebouwen. De natuur die we met onze bouw wegnemen compenseren we enigszins met bijvoorbeeld vogelhuisjes, zwaluwpannen, vleermuiskasten en groendaken. Voor praktische toepassingen moeten we de oogst altijd zagen. Overgroeid ijzer is onzichtbaar, ijzerzagen kost een zaag, is onveilig en duur. Vogelhuisjes, nestkasten of waslijnen aan bomen bevestigen we in het uiterste geval met band of aluminium boomspijkers. Aluminium is een inert materiaal, is minder belastend voor de boom en geen echt probleem voor de lintzaag. Bij de jaarlijkse controle en schoonmaak van vogelhuisjes en nestkasten controleer je ook de bevestiging en compenseert de band voor de diktegroei van de boom.

Hout wateren
Het aloude wateren van hout herstellen we in ere. De oogst uit het stadsbos rollen we aan de ene kant in een enorme sloot en halen dat er een jaar later aan de andere kant weer uit. De duurzaamheid en inzetbaarheid van dit gewaterde hout verbetert enorm. Soms willen mensen afscheid kunnen nemen van bomen, die ruimte geven we hen. En een langjarig bosbeheerplan voorkomt verrassingen: zo’n stadsbosbeheerplan maken we.

Sterkteklassen
Consumenten, architecten en bouwbedrijven maken we bekend met de mogelijkheden van lokaal hout. Populieren- en essenhout hebben officiële sterkteklassen: respectievelijk C22 en D40. Hiermee kunnen constructeurs rekenen. We stimuleren innovatie – zo komt er meer aandacht voor detaillering in houtconstructies die ingesloten vocht vermijden. Hout wat altijd weer kan opdrogen rot niet.

Stadsboswachters
We hebben hout nodig. Een Bos – zeker eentje waar zoveel huizen, fietspaden, open plekken en wegen tussendoor staan en lopen – is een dynamisch geheel, waaruit ook geoogst wordt. En dat kan, als het Bos als geheel maar groeit en biodiverser wordt, en waar het publiek als stadsboswachters onderdeel van deze dynamiek wordt. Stadsboswachters die ook hun eigen tuin langs de bosbrede doelen leggen. Stadsboswachters die zien dat het gebruik van lokale oogst hier zorgt dat we de problemen van houtoogst niet langer over de schutting bij onze buren (houtproducerende landen elders in de wereld) gooien. In Eindhoven zijn er al stadsboswachters. Ik zie iedereen die zich al om het stedelijk groen bekommert als stadsboswachters, dat zijn professionele groenbeheerders bij gemeenten, maar ook vele initiatieven van onder meer IVN, Boomfeestdag, Struikrovers, Steenbreek, Tegelwippers, zwerfafvalrapers, Bomen op de Kaart, etc., etc. Het Groot Nederlands Stadsbos is óók mijn monument voor hen.
Stadsboswachters kunnen ook compostmeesters (m/v) zijn, naar Vlaams voorbeeld: “De compostmeester (m/v) is een vrijwilliger die de gemeente bijstaat bij de promotie van het thuiscomposteren en het afvalarm tuinieren. Omdat de compostmeester een gewone burger is, heeft hij een grote geloofwaardigheid bij zijn medeburgers. Binnen de gemeente maakt hij/zij deel uit van een team dat begeleid wordt door de milieu- of door de duurzaamheidambtenaar. De compostmeesterwerking past binnen het afvalvoorkomingsbeleid van de gemeente. De basiscursus thuiscomposteren, de opleiding tot compostmeester en de bijkomende opleidingen en activiteiten gratis.” In Vlaanderen is ook de kringloopkracht een bekend begrip.

Bosbodem en dood hout
Bomen groeien in de aarde. Net zoals wij geen voedsel tot ons kunnen nemen als we niet een paar kilo bacteriën (microbioom) in onze maag en darmen zouden hebben, zo kunnen bomen niet groeien als er geen uitgebreid schimmelstelsel rondom hun wortels zou zitten (mycorrhizae). Een groeiende biodiversiteit heeft bij uitstek ook betrekking op de Bosbodem: die bodem helpen we door bladeren te laten liggen en compost te strooien. We geven bomen voldoende groeiplaats om oud te worden en houden de kroonprojectie vrij van iedere vorm van belasting: van (bouw)verkeer tot tijdelijke opslag van bouwmateriaal of grond (zie bomenposter – Norminstituut Bomen.)
Dood hout bepaalt de helft van de biodiversiteit in het bos. Daarom laten we – om mee te beginnen – 10% van de oogst – van de zwaarste stammen tot de dunste takken – liggen. Ook Velt weet dat dood hout in je tuin goed is: //velt.nu/tip/dood-hout-voor-meer-biodiversiteit-de-tuin

Ons bos verdient een naam, een monument
Het Groot Nederlands Stadsbos is mijn performance, een pleidooi voor iets nieuws, een mooier, groter, biodiverser bos. Maar het is óók mijn eerbetoon aan al die velen die al actief zijn in het groen van de stad, vrijwillig en professioneel. Hun Bos verdient een naam. En ik weet zeker: wat een naam heeft, daar ga je anders mee om. Een Bos met een Naam is voor ‘eeuwig’.